Uit de Inleiding
………
Dit kabinet wil echter ook de kwaliteit en het rendement van het hoger onderwijs verbeteren. Daarvoor is een ombuiging binnen de onderwijsbegroting noodzakelijk. De middelen die door de maatregel ‘langstudeerders’ vrijvallen, zijn voorwaarde om in het onderwijs te kunnen investeren.
……….
Sinds 1950 is de deelname aan het hoger onderwijs in Nederland sterk gestegen. In 1950 was nog maar 5% van de bevolking hoger opgeleid en in 2009 stroomt 47% van een leeftijdscohort het hoger onderwijs in. De verwachting is dat de deelname aan het hoger onderwijs de komende jaren zal groeien, namelijk een groei van 38% in het wetenschappelijk onderwijs (wo) en 19% in het hoger beroepsonderwijs (hbo) in de komende 10 jaar
(vet GdJ).
3.1. Financiële consequenties
De financiële maatregel in het regeerakkoord onder de noemer ‘langstudeerders’ betreft de student en de instelling, want daar ligt een gedeelde verantwoordelijkheid. In totaal bedraagt de taakstelling € 370 mln. Deze taakstelling is berekend uitgaande van een gemiddelde onderwijsbijdrage aan het hoger onderwijs over de afgelopen jaren van € 6.000 per student. Op grond van dit wetsvoorstel vindt een verhoging van het wettelijke collegegeld voor langstudeerders plaats met € 3.000. Op basis van de verwachting dat van de collegegeldverhoging een positief effect uitgaat, veronderstelt de regering een gedragseffect bij studenten met als gevolg een afname van het aantal langstudeerders in de komende vier jaar met uiteindelijk structureel 25%. Er vindt een instellingsspecifieke verrekening plaats van de inkomsten van het verhoogde collegegeld van € 3.000 per langstudeerder bij de betreffende instelling. Daarnaast worden de instellingen generiek gekort op basis van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs met als uitgangspunt het principe van evenredige verdeling. De totale taakstelling wordt verwerkt in de rijksbegroting via de miljoenennota 2012.
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 reacties:
Een reactie plaatsen