woensdag 9 februari 2011

Langstudeerboete is omgezet in kaasschaafkorting

De ‘langstudeerboete’ voor de universiteiten is omgezet in een korting. Instellingen worden generiek gekort op basis van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008.

Zie:
http://www.scienceguide.nl/201102/langstudeerboete-wordt-kaasschaaf.aspx?newsletter=52011&rel=2bfc9832-f1c9-45a6-952a-193a3f5ea96c

De bezuinigingstaakstelling voor het hoger onderwijs is 370 miljoen. De staatssecretaris blijkt, zie de Memorie van Toelichting bij de Wet verhoging collegegeld langstudeerders, met een stelbedrag van 6000 euro per langstudeerder te rekenen. De berekening (370 miljoen, 6000 per student) geeft aan dat er met iets als 60000 langstudeerders gerekend is. Bij een rendement van 25% van de langstudeerregeling zijn er dan nog steeds 45000 langstudeerders. Dat aantal van 45000 langstudeerders brengt dan omstreeks 135 miljoen per jaar op, zodat de instellingen in totaal voor 235 miljoen per jaar gekort worden.

Uit de Memorie van Toelichting:
http://landelijke-beta-actie.blogspot.com/2011/02/uit-de-memorie-van-toelichting-bij-de.html

dinsdag 8 februari 2011

Uit de Memorie van Toelichting bij de Wet verhoging collegegeld langstudeerders

Uit de Inleiding
………
Dit kabinet wil echter ook de kwaliteit en het rendement van het hoger onderwijs verbeteren. Daarvoor is een ombuiging binnen de onderwijsbegroting noodzakelijk. De middelen die door de maatregel ‘langstudeerders’ vrijvallen, zijn voorwaarde om in het onderwijs te kunnen investeren.
……….
Sinds 1950 is de deelname aan het hoger onderwijs in Nederland sterk gestegen. In 1950 was nog maar 5% van de bevolking hoger opgeleid en in 2009 stroomt 47% van een leeftijdscohort het hoger onderwijs in. De verwachting is dat de deelname aan het hoger onderwijs de komende jaren zal groeien, namelijk een groei van 38% in het wetenschappelijk onderwijs (wo) en 19% in het hoger beroepsonderwijs (hbo) in de komende 10 jaar
(vet GdJ).


3.1. Financiële consequenties
De financiële maatregel in het regeerakkoord onder de noemer ‘langstudeerders’ betreft de student en de instelling, want daar ligt een gedeelde verantwoordelijkheid. In totaal bedraagt de taakstelling € 370 mln. Deze taakstelling is berekend uitgaande van een gemiddelde onderwijsbijdrage aan het hoger onderwijs over de afgelopen jaren van € 6.000 per student. Op grond van dit wetsvoorstel vindt een verhoging van het wettelijke collegegeld voor langstudeerders plaats met € 3.000. Op basis van de verwachting dat van de collegegeldverhoging een positief effect uitgaat, veronderstelt de regering een gedragseffect bij studenten met als gevolg een afname van het aantal langstudeerders in de komende vier jaar met uiteindelijk structureel 25%. Er vindt een instellingsspecifieke verrekening plaats van de inkomsten van het verhoogde collegegeld van € 3.000 per langstudeerder bij de betreffende instelling. Daarnaast worden de instellingen generiek gekort op basis van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs met als uitgangspunt het principe van evenredige verdeling. De totale taakstelling wordt verwerkt in de rijksbegroting via de miljoenennota 2012.

vrijdag 21 januari 2011

Foto's van de demonstraties: 21 januari in Den Haag


Hoogleraren in cortege langs de hofvijver


Pedellen voorop


Rectores magnifici


Het levende bewijs van het ongelijk van het kabinet


Leidsche betastudenten


Leidsche betahoogleraren; op de paraplu staat:
Leidsche beta's tegen kabinetsplannen
Bewzuiniging op wetenschap is een grote misstap


donderdag 20 januari 2011

Spoeddebat over universitaire bezuinigingen 19 januari 2011

Mijn indruk van het spoeddebat in de Tweede Kamer over de langstudeerdersboete en het verdwijnen van de FES gelden voor onderzoeksprojecten is:

- dat de Tweede Kamer nauwelijks notie heeft van de huidige al desperate staat van onderwijs en onderzoek aan de universiteiten.
- dat de‘langstudeerdersboete’ een kapstok is om een bezuiniging op HO en WO aan vast te hangen
- dat ‘Nederland streeft ernaar tot de 5 beste kenniseconomieën te behoren’ een loze kreet is.


De Tweede Kamer heeft nauwelijks notie van de desperate staat van onderwijs en onderzoek aan de universiteiten.
Er waren twee kamerleden die in enige mate refereerden aan al gaande bezuiningingen. Boris van der Ham (D66) noemde dat bij de Universiteit Utrecht bij de biologie de helft van de docenten verdwenen is en bij informatica een 40% minder docenten nog aanwezig zijn.
Andre Rouvoet (CU) refereerde aan het You Tube interview van minister-president Rutte, waarin Rutte zeft dat het te weinig voorkomt dat de beste hoogleraar college aan eerstejaarsstudenten geeft. Rouvoet gaf aan dat als hij de VSNU mocht geloven, eerstejaarsstudenten straks blij mogen zijn als zij überhaupt nog een docent treffen.

Langstudeerdersboete’ is een kapstok om een bezuiniging op HO en WO aan vast te hangen
De ‘langstudeerboete’ zou 3000 Euro voor de langstuderende student en 3000 Euro voor HO/WO inhouden. Er is herhaaldelijk, oa. door Jasper van Dijk (SP), gevraagd of dit betekent dat het te korten bedrag kleiner is als er minder langstudeerders zijn.
Het antwoord is: NEE – anders kan ik er niet van maken.
De ‘langstudeerdersboete’ houdt in dat er 370 miljoen per jaar van het macrobudget af gaat. Dat wil zeggen dat er van 2012 t/m 2015 1.48 mld bezuinigd wordt . De investering (waar de staatssecretaris hoog van op geeft) is 620 mln. Dan blijft er over een bezuiniging van 860 miljoen over vier jaar op het hoger onderwijs, 215 miljoen per jaar.
Het macrobudget wat universiteiten en hogescholen van OCW krijgen.

‘Nederland streeft ernaar tot de 5 beste kenniseconomieën te behoren’ is een loze kreet.
Tofik Dibi (GL), Rouvoet (CU), alle oppositie Kamerleden concludeerden dat Nederland met deze bezuinigingen die in het regeerakkoord staan, de ambitie om bij de top vijf te horen niet gaat halen. Een mooie zinsnede is dat ‘Nederland vooral hoort bij de top vijf van rapportenproducerende landen over de kenniseconomie’.
Staatssecretaris Zijlstra heeft het woord kenniseconomie niet genoemd.

Op het eind van het debat zijn zeven moties ingediend. Zie daarvoor:
http://landelijke-beta-actie.blogspot.com/2011/01/moties-spoeddebat-19-januari-2011.html

De Tweede Kamer heeft geen mogelijkheid voor beeldprojectie. Een tabel met de getallen waarover het gaat zou de discussie mogelijk verhelderen. Nu vliegen er te veel getallen door de zaal zonder dat duidelijk is waar deze op gebaseerd zijn, en hoe accuraat ze zijn.

Het letterlijke verslag van het debat in de Tweede Kamer staat op: http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/verslagen/plenaire_vergadering_19_januari_2011.jsp#0 In deze tekst is het niet duidelijk wat de interrupties zijn en wat bij de toegekende spreektijd behoort. De geschreven tekst is nog niet gecorrigeerd (op 20-1) en mag niet geciteerd worden.

Een videoweergave van het debat is te vinden op:
http://debatgemist.tweedekamer.nl/
http://debatgemist.tweedekamer.nl/Player/?mid=299
Hier is ook te zien of een tekst bij de toegekende spreektijd hoort of een interruptie is. Ook kan iedereen direct horen wat gezegd wordt.

Rutte op YouTube

Rutte zegt dat hij de kwaliteit van het hoger onderwijs niet voldoende vindt. Maar hij heeft een deal.

http://www.youtube.com/DeMinPres#p/c/D1E0C0C63CFB2957/0/ywOis7ip4aQ

Omstreeks vanaf minuut 3.10
‘Laat ik daar heel duidelijk over zijn. Ik vind de kwaliteit van ons hoger onderwijs op dit moment niet voldoende. Het bevalt mij niet. Het komt nog te weinig voor dat de beste hoogleraar het eerstejaarscollege geeft. Er zijn nog te veel studenten die met 9 of 10 uur college klaar zijn aan het eind van de week. Jullie worden onvoldoende goed bediend als student in Nederland. Om het geld vrij te maken om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van het HBO en het wetenschappelijk onderwijs van de universiteit omhoog gaat moet ik ook iets van jullie terugvragen. Ik vraag namelijk terug dat jullie meer investeren in je eigen toekomst. Dat maak ik mogelijk door het ook te lenen, en er voor te zorgen dat je dat later eventueel inkomensafhankelijk kunt terugbetalen. En dat is de deal: de deal is beter hoger onderwijs, echt begeisterd worden tijdens je studie, en van jullie, de vraag om extra erin te investeren, maar wel op de manier dat het laagdrempelig blijft en dat je dalijk de baan kunt gaan zoeken waar je van droomt.’

Moties spoeddebat 19 januari 2011

Spoeddebat in de Tweede Kamer over de HO en WO bezuinigingen.
Er zijn op het eind van het spoeddebat zeven moties ingediend. Stemming volgt volgende week.

1 Motie nr. 140 (31288), voorgesteld door de Kamerleden Van der Ham (D66) en Dijkgraaf (SGP):

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de beoogde investeringen en bezuinigingen op het hoger onderwijs niet gelijklopen in de begrotingsjaren 2012-2014;
overwegende dat de aanbevelingen van de commissie-Veerman tot een verbetering van de kwaliteit van onderwijs moeten leiden;
verzoekt de regering, in overleg te treden met onderwijsinstellingen of en hoe reserves van instellingen kunnen worden benut voor een kwaliteitsimpuls;
en verzoekt de regering, de mogelijkheden te onderzoeken hoe de bezuinigingen voor het hoger onderwijs in de begrotingsjaren 2012-2014 kunnen worden beperkt,
en gaat over tot de orde van de dag.


2 Motie nr. 141 (31288), .voorgesteld door de Kamerleden Van der Ham (D66), Jasper van Dijk (SP), Jadnanansing (PvdA) en Dibi (GL).

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat dit kabinet de doelstelling omarmt tot de internationale top vijf van kenniseconomieën te behoren;
verzoekt de regering, zowel beleidsmatig als financieel inzichtelijk en afrekenbaar te maken welke tussenstappen zij zet om deze ambitie waar te maken en dit in het kader van de reactie op de commissie-Veerman aan de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.

3 Motie nr. 142 (31288), voorgesteld door de Kamerleden Jasper van Dijk (SP), Jadnanansing (PvdA), Dibi (GL)en Van der Ham (D66).

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat bezuinigingen op hoger onderwijs buitengewoon onverstandig zijn indien deze ten koste gaan van de kwaliteit;
verzoekt de regering, alles op alles te zetten om te voorkomen dat de bezuinigingen in het hoger onderwijs neerslaan op het primaire onderwijsproces en de onderwijskwaliteit,
en gaat over tot de orde van de dag.


4 Motie nr. 143 (31288), voorgesteld door het Kamerlid Dibi (GL).

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de staatssecretaris stelt dat "het geld dat die maatregel oplevert, weer in de kwaliteit van het hoger onderwijs wordt geïnvesteerd";
verzoekt de regering om vanaf 2012 het geld dat de langstudeerdersmaatregel oplevert, te herinvesteren in het hoger onderwijs,
en gaat over tot de orde van de dag.


5 Motie nr. 144 (31288), voorgesteld door de Kamerleden Dibi (GL), Van der Ham (D66), Jadnanansing (PvdA) en Jasper van Dijk (SP).

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de langstudeerdersmaatregel een aanzienlijke verhoging van de eigen bijdrage van de studenten aan de studiekosten betekent;
overwegende dat de "kinderen van Henk en Ingrid gewoon moeten kunnen doorleren, ook als er van huis uit geen geld voor is";
overwegende dat het hoger onderwijs open moet blijven staan voor mensen uit alle inkomensgroepen en niet voorbehouden moet zijn aan de elite;
verzoekt de regering, het Centraal Planbureau te laten onderzoeken wat het effect zal zijn van de langstudeerdersmaatregel op de toegankelijkheid van het hoger onderwijs voor alle inkomensgroepen en de Kamer daarover uiterlijk te informeren voor de indiening van het wetsvoorstel,
en gaat over tot de orde van de dag.


6 Motie nr. 145 (31288) voorgesteld door de Kamerleden Jadnanansing (PvdA), Dibi (GL), Jasper van Dijk (SP) en Van der Ham (D66).

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering via diverse maatregelen harde bezuinigingen doorvoert op het hoger onderwijs en de Nederlandse kenniseconomie;
constaterende dat een van deze maatregelen een boete oplegt bovenop het collegegeld aan langstuderende studenten en boetekortingen op de rijksbijdrage voor de hogeronderwijsinstellingen;
overwegende dat dit volgens de koepelorganisaties voor hbo's en universiteiten zal leiden tot een grote hoeveelheid gedwongen ontslagen en kwaliteits- en concurrentieverlies van de Nederlandse kenniseconomie;
van mening dat het onacceptabel is dat bezuinigingen en andere maatregelen van het kabinet leiden tot massaontslagen, afname van de kwaliteit en toegankelijkheid van het hoger onderwijs en het schrappen van de ambitie om een top vijf kenniseconomie te worden;
draagt de regering op om te zorgen dat er geen gedwongen ontslagen vallen binnen het hoger onderwijs en dat er daadwerkelijk tijdig geïnvesteerd wordt in de kwaliteit van het onderwijs,
en gaat over tot de orde van de dag.


7 Motie nr. 146 (31288), voorgesteld door de Kamerleden Dijkgraaf (SGP) en Van der Ham (D66).

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een meer efficiënte vormgeving van het stelsel van hoger onderwijs de mogelijkheden voor excellent hoger onderwijs en onderzoek vergroot;
overwegende dat er mogelijkheden zijn voor meer efficiëntie als het aantal plaatsen waar masters worden aangeboden geconcentreerd wordt bij de meest excellente universiteiten op het terrein van deze masters;
overwegende dat dit het aantal plaatsen voor studenten niet belemmert, maar de kwaliteit wel bevordert;
verzoekt de regering, te overleggen met de universiteiten teneinde deze concentratie op de kortst mogelijke termijn vorm te geven,
en gaat over tot de orde van de dag.

dinsdag 18 januari 2011

Bezuinigingen op hoger onderwijs zijn funest voor de kenniseconomie

NRC 18 januari 2011: Opinie
Anton Franken en Bas Ibelings

De studenten protesteren vrijdag tegen kortingen op het onderwijs. Ook andere maatregelen maken Nederland onaantrekkelijk, betogen Anton Franken en Bas Ibelings.

Het kabinet wil vanaf 2012 enkele honderden miljoenen euro’s bezuinigen op hoger onderwijs. Hierdoor verdwijnen duizenden arbeidsplaatsen aan universiteiten en hogescholen. Dat betekent een enorm verlies van kwaliteit in het wetenschappelijk onderwijs – dat bovendien minder studenten zal trekken, onder meer door de langstudeerdersmaatregel. De kracht van universiteiten als motor voor de kenniseconomie zal alleen daardoor al afnemen.

Daarbij blijft het niet. Het wegvallen van de gelden uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) betekent een nog verdere verschraling. Uit het FES is de afgelopen vijftien jaar ruim 3 miljard euro – de laatste jaren minimaal 500 miljoen euro per jaar – geïnvesteerd in kennis en innovatie. De FES-gelden, een pot met aardgasbaten, zullen opgaan in de ‘algemene middelen’, lees: de s t a a t s s ch u l d .

Dat de FES-gelden de komende jaren niet meer in de stimulering van innovatie en onderzoek worden geïnvesteerd, is van grote betekenis. Door op korte termijn geld te besparen, wordt Nederland op veel langere termijn een onaantrekkelijk land voor innovatieve bedrijven om in te investeren.

Het wegvallen van de FES-gelden kost meer dan euro’s alleen. Per jaar zullen duizenden wetenschappelijke onderzoekers minder worden opgeleid. Universiteitenvereniging VSNU becijferde dat vanaf 2015 een kleine drieduizend onderzoeksplaatsen verdwijnen, vooral onder de tienduizend promotieplaatsen in Nederland.

Het aantal wetenschappelijke publicaties vanuit Nederland zal, door het afnemende aantal onderzoekers, dalen met minimaal 10 procent. Die publicaties vormen het belangrijkste criterium voor de internationale reputatie van universiteiten. De reputatie van alle Nederlandse universiteiten, afzonderlijk en gezamenlijk ten opzichte van hun buitenlandse concurrenten, zal afnemen.

Een afgenomen internationale reputatie kost de Nederlandse universiteiten internationaal toptalent en heeft een negatieve invloed op het ‘geldwervend vermogen’ van Nederlandse universiteiten en andere academische instituten, bijvoorbeeld in Europese subsidierondes en samenwerking met innovatieve bedrijven.

Jaarlijks zal het aantal innovatieve bedrijven dat voortkomt uit een universiteit of hogeschool, afnemen met enkele tientallen. Elk bedrag van 100 miljoen euro dat in innovatief onderzoek wordt geïnvesteerd, levert drie à vier spin-offs op uit de Nederlandse universiteiten. Voorbeelden van dergelijke, inmiddels succesvolle bedrijven zijn Synthon, Crucell en Mercachem. Een bezuiniging van 500 miljoen euro per jaar betekent elk jaar dus een afname van twintig innovatieve bedrijven.

Elke investering van 100 miljoen euro in bèta- of medisch-wetenschappelijk onderzoek levert gemiddeld tussen de tien en dertig octrooiaanvragen op. Octrooien zijn voor de meeste innovatieve bedrijven van levensbelang om hun marktpositie te beschermen. Als de kans op nieuwe, technologische doorbraken aanzienlijk afneemt, zal het aantal octrooien op nieuwe uitvindingen jaarlijks afnemen met enkele honderden.

Alles bij elkaar levert het wegvallen van de FES-gelden dus meer verlies dan winst op. Binnen nu en tien jaar dragen de door het kabinet voorgestelde bezuinigingen bij aan een enorme verschraling van het onderzoeks- en ondernemingsklimaat in Nederland.

Voeg daaraan toe dat het regeerakkoord ook het mes zet in andere innovatiesubsidies – de plannen zijn om hierin nog zo’n 300 miljoen euro te bezuinigen in 2015 – en het beeld is compleet: deze regering laat de Nederlandse kenniseconomie vallen als een baksteen.

Het gaat niet alleen om het hoger onderwijs. Het kabinet investeert ook niet in onderzoek, innovatie of nieuwe ondernemingen. Dat kan niet zonder gevolgen blijven, op korte en langere termijn.

Innovatieve bedrijven zullen zich, wegens een gebrek aan goede arbeidskrachten, veel minder kunnen ontwikkelen in Nederland. Bedrijven uit het buitenland zullen zich eerder richten op Duitsland, de Verenigde Staten of Zwitserland, waar ondanks bezuinigingen wel extra geld wordt vrijgemaakt voor innovatie.

Nederland heeft nu nog alles in huis om te stijgen naar de topvijf van kenniseconomieën. Als het kabinet nu in goed onderwijs en onderzoek investeert, betaalt zich dat dubbel en dwars terug. President Obama van de Verenigde Staten loodste onlangs de America competes act door het congres. Die wet maakt grote investeringen in onderwijs, onderzoek en innovatie mogelijk. Al eerder, in een toespraak tot de National Academy of Sciences, sprak Obama wijze woorden: „Op economisch moeilijke momenten zijn ermensen die zeggen dat we ons het niet kunnen veroorloven om te investeren in wetenschappelijk onderzoek. Daar ben ik het fundamenteel mee oneens. Wetenschap is belangrijker voor onze welvaart, veiligheid, gezondheid, milieu en kwaliteit van leven dan ooit tevoren.”

Dit is een boodschap die Nederland zich ter harte zoumoeten nemen. Bezuinigingen op het hoger onderwijs en minder investeringen in innovatie zijn funest voor Nederland en moeten geen doorgang vinden.

Anton Franken is vicevoorzitter van het college van bestuur van de Radboud Universiteit Nijmegen. Bas Ibelings is verbonden aan het KNAW-Nederlands Instituut voor Ecologie.

Volgers